ECLI:NL:CRVB:2015:2776
Centrale Raad van Beroep
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens niet tijdig betalen griffierecht
In deze zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam. Tijdens de zitting op 4 augustus 2015 verscheen alleen de gemachtigde van appellant; het college van burgemeester en wethouders van Vlaardingen was niet aanwezig.
De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat appellant het griffierecht niet binnen de gestelde termijn had betaald. Hoewel de gemachtigde ter zitting een beroep deed op betalingsonmacht, was dit beroep niet tijdig ingediend. De Raad had op 24 juli 2015 telefonisch contact gehad met een collega van de gemachtigde om te benadrukken dat het griffierecht uiterlijk voor de zitting betaald moest zijn. Er was afgesproken dat bij problemen op 27 juli contact zou worden opgenomen, maar dit is niet gebeurd.
Omdat het beroep op betalingsonmacht niet tijdig was gedaan, kon appellant geen bijzondere bijstand voor de griffierechtkosten aanvragen. Het feit dat de gemachtigde pas laat van de betalingsonmacht op de hoogte was, deed hieraan niet af. Daarom verklaarde de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk en wees zij een veroordeling in proceskosten af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht en geen tijdig beroep op betalingsonmacht.