ECLI:NL:CRVB:2015:278
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten 2010
Appellant had een aanvraag ingediend voor een algemene tegemoetkoming op grond van de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten (Wtcg) voor het jaar 2010, welke door het CAK werd afgewezen omdat niet voldaan werd aan de wettelijke voorwaarden. De medicijnen die appellant gebruikte bevatten niet de door de minister aangewezen werkzame stof en de ziekenhuisbehandeling in 2009 viel niet onder de door de minister vastgestelde lijst. Ook het gebruik van hulpmiddelen gaf geen recht op de tegemoetkoming.
De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van appellant ongegrond en stelde dat het hebben van een chronische aandoening op zich niet voldoende is voor toekenning van de tegemoetkoming en dat het CAK geen beoordelingsruimte heeft om van de regelgeving af te wijken.
Appellant voerde aan dat hij nagenoeg blind is en dat daarom de geest van de wet in plaats van de letter moest worden gevolgd, omdat anders rechtsongelijkheid zou ontstaan. De Centrale Raad van Beroep verwierp dit betoog omdat uit de wetsgeschiedenis blijkt dat het CAK strikt gebonden is aan de regels en de formulering van de regelgeving geen andere uitleg toelaat.
Ook het argument van rechtsongelijkheid werd verworpen omdat appellant niet concreet had onderbouwd in welke gevallen ongelijke behandeling zou ontstaan. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag algemene tegemoetkoming Wtcg 2010 wordt bevestigd wegens niet voldoen aan wettelijke voorwaarden.