ECLI:NL:CRVB:2015:2805
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewet-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid niet aannemelijk
Appellant, voormalig service- en onderhoudsmonteur, meldde zich ziek wegens artroseklachten en longontsteking. Het UWV beëindigde zijn Ziektewet-uitkering per 17 september 2012 op basis van een rapport van een verzekeringsarts die oordeelde dat appellant zijn arbeid kon hervatten.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat ongegrond werd verklaard na aanvullend medisch en arbeidskundig onderzoek. De rechtbank bevestigde dit oordeel en stelde vast dat de medische informatie onvoldoende bewijs leverde dat appellant zijn werk niet kon verrichten.
In hoger beroep betoogde appellant dat zijn klachten hem verhinderen te werken, maar de Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de verzekeringsarts bezwaar en beroep. Deze arts had appellant onderzocht, dossierstudie verricht en concludeerde dat de beperkingen niet zodanig waren dat werken onmogelijk was.
De Raad concludeert dat het hoger beroep faalt en bevestigt de eerdere uitspraak. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewet-uitkering omdat appellant medisch gezien in staat was zijn arbeid te verrichten.