ECLI:NL:CRVB:2015:2809
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering na zorgvuldige medische beoordeling
Appellant verzocht om een WIA-uitkering, maar het UWV stelde bij besluit van 20 december 2012 vast dat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt was, waardoor geen recht op uitkering ontstond. Appellant maakte bezwaar en beroep, maar deze werden ongegrond verklaard door het UWV en bevestigd door de rechtbank Midden-Nederland.
In hoger beroep stelde appellant dat zijn reumatische en psychische klachten ernstiger waren dan aanvankelijk ingeschat, onder meer op basis van nieuwe medische informatie en behandeling bij een GGZ-instelling. De Raad oordeelde echter dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij alle klachten waren betrokken en dat de beperkingen niet waren onderschat.
De Raad nam kennis van aanvullende medische rapporten, waaronder een brief van de behandelend psycholoog en informatie van de reumatoloog, maar zag geen reden om de eerdere conclusies te herzien. De door het UWV geselecteerde voorbeeldfuncties waren medisch geschikt voor appellant, zodat het beroep ongegrond bleef.
Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de WIA-uitkering wordt bevestigd.