ECLI:NL:CRVB:2015:2858
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ontheffing arbeidsinschakeling WWB ondanks psychische problematiek
Appellant ontvangt sinds 2003 bijstand op grond van de WWB en werd in 2012 medisch en arbeidskundig onderzocht vanwege zijn gemelde arbeidsbeperkingen. Uit het onderzoek bleek dat appellant ondanks lichamelijke beperkingen in staat is 40 uur per week te werken, mits de werkzaamheden rugsparend zijn en afwisselend zitten, staan en lopen mogelijk is.
Het college besloot op basis van deze rapportage dat de arbeidsinschakelingsverplichtingen van artikel 9, eerste lid, WWB op appellant van toepassing zijn en wees zijn bezwaar hiertegen af. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
Appellant voerde aan dat sprake is van psychische problematiek die reeds bestond en dat het college een psychiatrische expertise had moeten laten verrichten, waardoor het medisch onderzoek onzorgvuldig zou zijn. De Raad oordeelde echter dat het college zijn besluit op goede gronden baseerde op het rapport van 7 december 2012, dat zorgvuldig en deugdelijk gemotiveerd was. De latere gedwongen opname wegens psychische problematiek bood geen aanleiding tot een ander oordeel.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak en wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van ontheffing van arbeidsinschakelingsverplichtingen op grond van de WWB.