ECLI:NL:CRVB:2015:2859
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstand wegens schending inlichtingenverplichting en onjuist woonadres
Appellant ontvangt sinds 2011 bijstand en staat ingeschreven op een adres waar ook anderen wonen. Na signalen over postretour en een huisbezoek waarbij tegenstrijdige verklaringen werden gegeven over zijn woon- en leefsituatie, concludeerde het college dat appellant niet op het opgegeven adres woont.
Het college heeft de bijstand ingetrokken wegens schending van de inlichtingenverplichting. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak in hoger beroep.
De Raad oordeelt dat er een redelijke grond was voor het huisbezoek en dat de bevindingen daarvan het college mochten leiden tot de intrekking. De tegenstrijdige verklaringen en het ontbreken van persoonlijke eigendommen ondersteunen het oordeel dat appellant niet op het adres woont.
Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking van de bijstand blijft in stand. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens schending van de inlichtingenverplichting en het niet wonen op het opgegeven adres wordt bevestigd.