ECLI:NL:CRVB:2015:2861
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor inrichtingskosten bij niet-noodzakelijke verhuizing
Appellant verhuisde op 21 maart 2014 van Nijmegen naar Arnhem en vroeg bijzondere bijstand aan voor de kosten van woninginrichting. Het college wees de aanvraag af omdat deze kosten tot de normale dagelijkse bestaanskosten behoren en appellant hiervoor had kunnen reserveren. Tevens werd geoordeeld dat de verhuizing niet noodzakelijk was.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat geen bijzondere omstandigheden waren die bijzondere bijstand rechtvaardigden. Appellant voerde in hoger beroep aan dat medische redenen en een mishandelingsincident de verhuizing noodzakelijk maakten, ondersteund door verklaringen van zijn huisarts.
De Raad oordeelde dat de medische verklaringen onvoldoende onderbouwing boden voor de noodzakelijkheid van de verhuizing en dat het mishandelingsincident niet leidend kon zijn omdat dit na de verhuizing plaatsvond. De kosten van woninginrichting behoren tot de algemeen noodzakelijke kosten die uit het inkomen of reserveringen moeten worden voldaan.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de afwijzing van de bijzondere bijstand bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De aanvraag bijzondere bijstand voor inrichtingskosten wordt afgewezen omdat de verhuizing niet noodzakelijk was en geen bijzondere omstandigheden zijn aangetoond.