ECLI:NL:CRVB:2015:2889
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens niet nakomen inlichtingenverplichting
Appellant heeft op 8 februari 2013 bij het UWV Werkbedrijf een aanvraag ingediend voor bijstand als alleenstaande, woonachtig op een adres te Den Haag. Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag wees de aanvraag op 25 april 2013 af wegens onvolledige verstrekte inlichtingen, met name het niet overleggen van bankafschriften van een specifieke rekening.
Het bezwaar tegen deze afwijzing werd op 27 augustus 2013 ongegrond verklaard, waarna appellant in beroep ging bij de rechtbank Den Haag. Deze verklaarde het beroep ongegrond omdat appellant onvoldoende had onderbouwd waarom hij de gevraagde bankafschriften niet kon overleggen.
In hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep voerde appellant aan dat hij alle relevante gegevens had verstrekt en dat het niet overleggen van de bankafschriften hem niet kon worden verweten. De Raad oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij niet over de gevraagde bankafschriften kon beschikken en dat hij zijn inlichtingenverplichting niet was nagekomen. Hierdoor kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen veroordeling in proceskosten opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt afgewezen wegens het niet nakomen van de inlichtingenverplichting door appellant.