ECLI:NL:CRVB:2015:2891
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering bijzondere bijstand voor eigen bijdrage rechtsbijstand en griffierecht
Appellant heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor de eigen bijdrage in de kosten van rechtsbijstand en het griffierecht, gebaseerd op facturen van advocaten uit 2012. Het college wees de aanvraag af omdat het ging om schulden en geen bijzondere omstandigheden of zeer dringende redenen aanwezig waren volgens de WWB.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat er buitenwettelijk beleid bestond dat ook na het verstrekken van een toevoeging en factuur bijzondere bijstand kon worden verleend, en dat de termijn tussen factuurdatum en aanvraag niet relevant was.
De Raad oordeelde dat er geen sprake was van buitenwettelijk beleid en dat de nieuwe gedragslijn van het college (aanvraag binnen vier weken na ontvangst toevoeging en factuur) niet van toepassing was op deze zaak. De facturen waren ouder dan drie maanden bij aanvraagdatum. Daarom werd het hoger beroep verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de aanvraag bijzondere bijstand wegens het ontbreken van zeer dringende redenen en het bestaan van schulden.