ECLI:NL:CRVB:2015:2898
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens niet aannemelijk maken hoofdverblijf en weigering huisbezoek
Appellant diende op 13 september 2012 een aanvraag bijstand in en gaf op het aanvraagformulier een adres op waar hij alleen zou wonen. Het college stelde vast dat dit adres afweek van de gemeentelijke registratie en dat er meerdere personen op dat adres stonden ingeschreven. Daarnaast bleek uit bankafschriften dat appellant veel betalingen deed in een andere gemeente, en kon hij geen huurcontract of betalingsbewijs overleggen. Tijdens het aanvraaggesprek op 9 oktober 2012 weigerde appellant mee te werken aan een onmiddellijk huisbezoek.
Het college wees de aanvraag af omdat appellant zijn hoofdverblijf niet aannemelijk had gemaakt en niet meewerkte aan het huisbezoek. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij zijn hoofdverblijf in de gemeente had aangetoond en dat het huisbezoek onredelijk was vanwege dringende afspraken.
De Raad oordeelde dat er een redelijke grond was voor het huisbezoek vanwege concrete feiten die twijfel opriepen over de opgegeven woonsituatie. Appellant kon het huisbezoek niet rechtvaardigen met dringende afspraken, die bovendien niet waren onderbouwd. Door zijn weigering schond appellant zijn medewerkingsplicht, waardoor het college het recht op bijstand niet kon vaststellen. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag wordt afgewezen vanwege het niet aannemelijk maken van het hoofdverblijf en weigering mee te werken aan een huisbezoek.