ECLI:NL:CRVB:2015:2915
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens ontbreken procesbelang in WIA-zaak
In deze zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag inzake een WIA-besluit van het UWV. Het UWV heeft tijdens de procedure een gewijzigd besluit genomen waarin tegemoet is gekomen aan de bezwaren van appellant. Hierdoor bestaat er geen inhoudelijk geschil meer tussen partijen.
De Raad overweegt dat het ontbreken van procesbelang leidt tot niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep. Tevens veroordeelt de Raad het UWV in de proceskosten die appellant redelijkerwijs heeft moeten maken in beroep en hoger beroep, aangezien de kosten van bezwaar reeds door het UWV waren vergoed.
De proceskosten worden begroot op €980 voor rechtsbijstand in beroep en €980 voor rechtsbijstand in hoger beroep, plus vergoeding van het betaalde griffierecht van €162. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 28 augustus 2015.
Uitkomst: Hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken procesbelang; UWV veroordeeld tot vergoeding proceskosten en griffierecht.