ECLI:NL:CRVB:2015:2916
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Veroordeling Sociale Verzekeringsbank in proceskosten bezwaar en hoger beroep AOW
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de Sociale Verzekeringsbank (Svb) om zijn ouderdomspensioen per oktober 2011 te beëindigen. Dit bezwaar werd door de Svb ongegrond verklaard. De rechtbank Midden-Nederland verklaarde het beroep van appellant gegrond, vernietigde het besluit en veroordeelde de Svb tot vergoeding van wettelijke rente, griffierecht en proceskosten, maar wees de vergoeding van kosten in de bezwaarfase af omdat appellant dit niet had verzocht.
Appellant stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte de kosten van de bezwaarfase niet had toegewezen. De Svb erkende de omissie maar verzette zich tegen vergoeding van de kosten van het hoger beroep. De Raad oordeelde dat de rechtbank onterecht had nagelaten de Svb te veroordelen in de kosten van de bezwaarfase, omdat appellant hier expliciet om had verzocht.
De Raad veroordeelde de Svb daarom alsnog tot vergoeding van de kosten van rechtsbijstand in bezwaar en ook tot vergoeding van de proceskosten in hoger beroep. De Raad vond dat appellant terecht hoger beroep had ingesteld en dat het feit dat partijen mogelijk een regeling hadden kunnen treffen niet aan deze veroordeling afdoet.
De totale proceskostenvergoeding werd vastgesteld op € 980,-, bestaande uit € 490,- voor de bezwaarfase en € 490,- voor het hoger beroep. Daarnaast werd de Svb veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht van € 118,-. De uitspraak werd gedaan door rechter T.L. de Vries op 28 augustus 2015.
Uitkomst: De Sociale Verzekeringsbank wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten in bezwaar en hoger beroep en het griffierecht.