ECLI:NL:CRVB:2015:2953
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- H. van Leeuwen
- P.H. Banda
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsongeschiktheid en passende functies bij WIA-uitkering
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn loongerelateerde WGA-uitkering te beëindigen en hem een WGA-vervolguitkering toe te kennen met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 65 tot 80%. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens onvoldoende medische onderbouwing, maar liet de rechtsgevolgen in stand omdat het medisch onderzoek naar de beperkingen van appellant deugdelijke grondslag bood.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn psychische aandoeningen en verslavingsproblematiek onvoldoende waren meegenomen, dat er onterecht geen urenbeperking was vastgesteld en dat de voorgestelde functies ongeschikt waren vanwege persoonlijk risico en werkzaamheden met gevaarlijke machines. Hij overlegde een verklaring van een psychiater en aanvullende stukken.
De Raad oordeelde dat het onderzoek van de verzekeringsarts bezwaar en beroep zorgvuldig en overtuigend was uitgevoerd, waarbij ook de verslavingsproblematiek was verwerkt in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML). De verklaring van de psychiater zag op een latere datum en was niet relevant voor de in geding zijnde datum. Het CBBS-systeem werd als ondersteunend erkend. De Raad vond geen bewijs dat de functies een verhoogd persoonlijk risico bevatten en wees het beroep af.
De Raad bevestigde dat appellant de werkzaamheden van de functies elektronicamonteur, machinaal metaalbewerker en productiemedewerker papier op de relevante datum kon verrichten. Het verzoek tot vergoeding van wettelijke rente werd afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het bestreden besluit wordt bevestigd voor zover aangevochten.