ECLI:NL:CRVB:2015:3022
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van afwijzing WIA-uitkeringsclaims na medische en arbeidskundige beoordeling
Appellant, die wegens medische beperkingen aanspraak maakte op een WIA-uitkering, werd door het UWV meerdere malen beoordeeld. Na een initiële toekenning van een loongerelateerde WGA-uitkering volgden herbeoordelingen waarbij werd vastgesteld dat de mate van arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg, waardoor het recht op uitkering werd beëindigd.
Appellant voerde bezwaar en beroep aan tegen deze besluiten en stelde dat hij door toegenomen medische klachten, waaronder een buikwandproblematiek en nierproblemen, een substantiële urenbeperking had en volledig arbeidsongeschikt was vanaf juli 2012 respectievelijk december 2012. Medische rapporten van verzekeringsartsen en arbeidskundigen concludeerden echter dat de beperkingen niet tot een urenbeperking leidden en dat de geselecteerde functies passend waren.
De rechtbank Limburg wees de beroepen af en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraken. De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende medische gegevens had aangeleverd om het verzekeringsgeneeskundig oordeel te betwijfelen. Ook de door appellant overgelegde brief van een Duits ziekenhuis bood geen aanleiding tot herziening. Verzoeken om vergoeding van wettelijke rente werden eveneens afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van het beroep van appellant tegen het beëindigen van zijn WGA-uitkering.