ECLI:NL:CRVB:2015:3024
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- M. Hillen
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet woonachtig op uitkeringsadres
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB en meldde een medebewoner op het uitkeringsadres. Na een intakegesprek en huisbezoek ontstonden twijfels over haar daadwerkelijke verblijf op dat adres. Het college schortte de bijstand op, trok deze in en vorderde bedragen terug wegens schending van de inlichtingenverplichting.
Appellante deed aanvragen om bijstand en bijzondere bijstand, welke werden afgewezen omdat de kosten reeds waren voldaan en zij niet aannemelijk maakte dat zij op het uitkeringsadres woonde. Pogingen tot huisbezoeken werden gedaan, waarbij bleek dat de woning onbewoond leek.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond, en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep. De Raad oordeelde dat het huisbezoek gegrond was, de bevindingen toereikend, en dat appellante geen recht had op bijzondere bijstand voor reeds betaalde kosten. Het beroep werd afgewezen en de uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand worden bevestigd omdat appellante niet aannemelijk maakte dat zij op het uitkeringsadres woonde.