ECLI:NL:CRVB:2015:3029
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens termijnoverschrijding bij bijstandsverlaging
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het college van burgemeester en wethouders van Ede verlaagde de bijstand van appellant met 50% gedurende één maand als maatregel. Appellant stelde bezwaar en beroep in tegen deze verlaging. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk vanwege overschrijding van de beroepstermijn. Het beroepschrift was volgens het poststempel te laat ingediend.
In hoger beroep stond alleen de vraag centraal of de rechtbank terecht het beroep niet-ontvankelijk had verklaard. De Raad overwoog dat de termijn voor het indienen van een beroepschrift zes weken bedraagt en dat bij verzending per post het beroepschrift tijdig is ingediend als het vóór het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.
De Raad stelde vast dat het poststempel op de enveloppe als bewijs geldt voor de datum van terpostbezorging. Appellant slaagde er niet in aannemelijk te maken dat het beroepschrift eerder dan de datum van het poststempel was ter post bezorgd. Ook aanvullende stukken die appellant aanvoerde konden dit niet onderbouwen. Daarom bevestigde de Raad de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep door de rechtbank.
Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter W.H. Bel en griffier P.C. de Wit op 8 september 2015.
Uitkomst: Het beroep tegen de verlaging van de bijstand wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.