ECLI:NL:CRVB:2015:3067
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WIA-uitkering en toekenning wettelijke rente
Appellante ontving vanaf 16 maart 2009 een loongerelateerde WGA-uitkering. Het UWV trok deze uitkering per 22 september 2009 in na een bezwaar van de (ex)werkgever. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze intrekking ongegrond. Tijdens het hoger beroep nam het UWV een nieuw besluit waarin werd vastgesteld dat de intrekking van de WIA-uitkering niet eerder kan ingaan dan zes weken na bekendmaking en niet eerder dan de einddatum van de loongerelateerde WGA-uitkering op 16 december 2011.
Appellante gaf aan geen belang te hebben bij een uitspraak over dit nieuwe besluit, waarop de Raad dit besluit buiten beschouwing liet. De Raad vernietigde de eerdere uitspraak van de rechtbank en het besluit van het UWV tot intrekking van de uitkering. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van wettelijke rente over het bedrag dat door de herroeping van het besluit moet worden nagebetaald.
Daarnaast veroordeelde de Raad het UWV tot betaling van proceskosten aan appellante, waaronder kosten voor rechtsbijstand en een medisch adviseur. Ook werd het griffierecht vergoed. Hiermee werd appellante financieel gecompenseerd voor de onrechtmatige intrekking van haar WIA-uitkering.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WIA-uitkering wordt vernietigd en het UWV wordt veroordeeld tot betaling van wettelijke rente en proceskosten aan appellante.