ECLI:NL:CRVB:2015:3120
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellante ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) als alleenstaande ouder sinds december 2008. Naar aanleiding van een onderzoek naar verhaal van bijstand op de onderhoudsplichtige voor haar dochter, stelde het college een nader onderzoek in naar haar vermogens- en inkomenssituatie. Hierbij werd appellante verzocht bankafschriften te overleggen van alle bankrekeningen op haar naam en die van haar dochter. Appellante verstrekte niet alle gevraagde informatie en gaf geen verifieerbare uitleg over enkele stortingen.
Het college besloot daarop de bijstand over diverse periodes te herzien en over andere periodes in te trekken, en vorderde ten onrechte ontvangen bijstandskosten terug. Dit was gebaseerd op het feit dat appellante niet tijdig en uit eigen beweging melding maakte van alle bankrekeningen en de transacties daarop, waarmee zij haar inlichtingenverplichting schond.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak. De Raad oordeelde dat de schending van de inlichtingenverplichting vaststaat en dat het college terecht gebruik heeft gemaakt van haar bevoegdheid tot herziening, intrekking en terugvordering. De financiële situatie van appellante vormt geen dringende reden om van terugvordering af te zien. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.