ECLI:NL:CRVB:2015:3194
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering naar 35-45% arbeidsongeschiktheid na rugklachten
Appellant, voormalig internationaal vrachtwagenchauffeur, heeft zijn werkzaamheden in 1996 gestaakt vanwege rugklachten en ontving een WAO-uitkering berekend op 15-25% arbeidsongeschiktheid. In 2012 meldde hij zich opnieuw bij het UWV met toegenomen klachten, waarna zijn uitkering werd herzien naar 35-45% arbeidsongeschiktheid. Appellant maakte bezwaar tegen deze herziening, maar dit werd ongegrond verklaard door het UWV en bevestigd door de rechtbank.
In hoger beroep stelde appellant dat zijn beperkingen ernstiger waren dan vastgesteld en dat het medisch onderzoek niet zorgvuldig was uitgevoerd. Hij overhandigde een MRI-scan en een verklaring van zijn huisarts ter onderbouwing. De Raad oordeelde echter dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd door verzekeringsartsen die het dossier uitgebreid bestudeerden en de hoorzitting bijwoonden. De medische bevindingen, waaronder facetartrose en ligamentum flavum hypertrofie, rechtvaardigden de toegekende beperkingen.
De Raad onderschreef tevens het oordeel van de arbeidsdeskundige dat de geselecteerde functies medisch geschikt waren voor appellant. Gezien deze overwegingen werd het hoger beroep afgewezen en het verzoek om schadevergoeding geweigerd. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de herziening van de WAO-uitkering naar 35-45% wordt bevestigd.