ECLI:NL:CRVB:2015:3199
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens termijnoverschrijding bij eigen bijdrage AWBZ
Appellant verbleef sinds november 2013 in een sociowoning in het kader van een voorwaardelijke beëindiging van zijn terbeschikkingstelling. De minister legde hem een eigen bijdrage op op grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ). Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door de minister ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen het bestreden besluit niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de beroepstermijn.
Appellant stelde in hoger beroep dat hij het besluit pas later had ontvangen door slechte postbezorging binnen de instelling en dat de beroepstermijn daarom later moest ingaan. Tevens voerde hij aan dat het voor hem door strenge huisregels en afhankelijkheid van derden moeilijker was om tijdig te reageren. De Raad oordeelde dat de wettelijke termijn van zes weken begint te lopen vanaf de dag na verzending van het besluit, niet vanaf de datum van ontvangst door appellant.
De Raad stelde vast dat het beroep te laat was ingediend en dat de overschrijding niet verschoonbaar was omdat appellant onvoldoende had onderbouwd waarom hij niet eerder kon reageren. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet verschoonbare termijnoverschrijding.