ECLI:NL:CRVB:2015:3200
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging verstrekking scootmobiel wegens onveilige gebruiksmogelijkheid
Appellante, bekend met mobiliteitsbeperkingen, had sinds 2003 een scootmobiel in bruikleen van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam. In 2013 verzocht zij om vervanging van deze scootmobiel. Het college besloot de verstrekking te beëindigen op basis van een advies van de MO-zaak, waarin uit gewenningslessen bleek dat appellante niet veilig met de scootmobiel kon omgaan.
Appellante stelde in hoger beroep dat het advies onzorgvuldig was en dat de snelheidsregelaar van de scootmobiel niet goed was afgesteld tijdens de lessen, waardoor zij niet voldoende de kans had gekregen om te leren rijden. De Raad beoordeelde het advies en concludeerde dat de gewenningslessen zorgvuldig waren uitgevoerd, inclusief een extra les in aanwezigheid van haar zoon om taalbarrières uit te sluiten.
De Raad vond dat appellante niet voldoende leerbaar was om veilig met de scootmobiel te rijden en dat het college daarom terecht de verstrekking had beëindigd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Amsterdam bevestigd.
Uitkomst: De verstrekking van de scootmobiel aan appellante is terecht beëindigd wegens onveilig gebruik.