ECLI:NL:CRVB:2015:321
Centrale Raad van Beroep
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- J.F. Bandringa
- C.H. Rombouts
- Th.C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugvordering bijstand wegens onvoldoende motivering en niet-ontvankelijkheid bezwaar verlaging
Appellant en zijn echtgenote ontvingen vanaf september 2009 bijstand die deels werd ingetrokken en teruggevorderd vanwege niet opgegeven inkomsten. Het college van burgemeester en wethouders van Weert stelde op basis van onderzoek vast dat zij inkomsten uit arbeid en uitkeringen niet hadden opgegeven, wat leidde tot herziening en terugvordering van bijstand.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze besluiten ongegrond, maar appellant ging in hoger beroep. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het college onvoldoende inzichtelijk had gemaakt welk bedrag aan bijstand onterecht was verstrekt en dat het besluit over de terugvordering daardoor onvoldoende zorgvuldig was voorbereid en niet draagkrachtig gemotiveerd.
Daarnaast bevatte de brief over verlaging van de bijstand slechts een voornemen zonder rechtsgevolg, waardoor het bezwaar daartegen niet-ontvankelijk was. De Raad vernietigde het besluit over het bezwaar tegen deze brief en bepaalde dat het college het gebrek in het terugvorderingsbesluit moet herstellen binnen zes weken.
Tot slot werd appellant het betaalde griffierecht vergoed. De uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldige motivering en juiste kwalificatie van besluiten in bestuursrechtelijke procedures.
Uitkomst: Het besluit tot terugvordering van bijstand wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en het bezwaar tegen de brief over verlaging wordt niet-ontvankelijk verklaard.