ECLI:NL:CRVB:2015:3222

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
23 september 2015
Publicatiedatum
24 september 2015
Zaaknummer
14/353 AW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • N.J. van Vulpen-Grootjans
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:57 AwbArt. 8:108 AwbArt. 6:19 AwbArt. 6:24 AwbArt. 9e:8 Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Den Haag
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en bevestiging van besluiten inzake terugvordering levensloopbijdragen gemeente Den Haag

De zaak betreft een hoger beroep van het college van burgemeester en wethouders van Den Haag tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag over terugvordering van levensloopbijdragen. Na een tussenuitspraak van de Raad is appellant overgegaan tot het nemen van nieuwe beslissingen op bezwaar, waarin volledig tegemoet is gekomen aan de bezwaren van betrokkenen.

De Raad heeft vastgesteld dat de nieuwe besluiten van 27 maart 2015 de gebreken in de eerdere besluiten corrigeren, met name door de terug te vorderen bedragen te baseren op het verschil tussen de verschuldigde en daadwerkelijk betaalde levensloopbijdragen, rekening houdend met de mededeling dat geen terugvordering plaatsvindt over de uitkering van 2011.

De betrokkenen hebben ingestemd met de berekeningen die aan de nieuwe besluiten ten grondslag liggen, waardoor de Raad tot een einduitspraak kan komen. De Raad vernietigt de aangevallen uitspraak voor zover daarin de besluiten van 11 oktober 2012 zijn herroepen en bevestigt de rest van de uitspraak. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

Uitkomst: De Raad vernietigt de uitspraak voor zover besluiten van 11 oktober 2012 zijn herroepen en bevestigt de rest.

Uitspraak

14/353 AW e.a. (zie bijlage)
Datum uitspraak: 23 september 2015
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van
11 december 2013, 13/4596 e.v. (aangevallen uitspraak)
Partijen:
het college van burgemeester en wethouders van Den Haag (appellant)
[betrokkene] te [woonplaats 1] en acht anderen zoals vermeld op de bij deze uitspraak behorende lijst (betrokkenen)
PROCESVERLOOP
De Raad heeft in het geding tussen partijen op 29 januari 2015 een tussenuitspraak, ECLI:NL:CRVB:2015:268, gedaan.
Ter uitvoering van de tussenuitspraak heeft appellant op 27 maart 2015 nieuwe beslissingen op bezwaar genomen.
Namens betrokkenen heeft mr. L.M. Hoogeveen een zienswijze ingediend.
De meervoudige kamer heeft de zaak verwezen naar de enkelvoudige kamer.
Met toepassing van artikel 8:57, tweede lid, aanhef en onder c, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), gelezen in verbinding met artikel 8:108, eerste lid, van de Awb, is een nader onderzoek ter zitting achterwege gelaten, waarna het onderzoek is gesloten.

OVERWEGINGEN

1.1.
De Raad verwijst naar zijn tussenuitspraak van 29 januari 2015 voor een uiteenzetting van de feiten waarvan hij bij zijn oordeelsvorming uitgaat.
1.2.
In de tussenuitspraak heeft de Raad appellant opgedragen nieuwe beslissingen op het bezwaar te nemen. De Raad heeft, voor zover hier van belang, overwogen dat appellant daarbij de hoogte van het van elk van betrokkenen terug te vorderen bedrag diende te baseren op het verschil tussen de levensloopbijdragen die appellant op grond van artikel 9e:8 van de Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Den Haag had moeten storten en de bijdragen die appellant daadwerkelijk aan Loyalis heeft betaald. Appellant diende daarbij tevens te betrekken dat betrokkenen is meegedeeld dat niet tot terugvordering van de over 2011 te veel ontvangen levensloopuitkering zal worden overgegaan. De Raad achtte het daarnaast aangewezen dat appellant zich zou uitlaten over de eventuele gevolgen van de nieuwe besluiten voor de wijze van invordering van het onverschuldigd betaalde bedrag.
1.3.
Met de besluiten van 27 maart 2015 heeft appellant, met het oog op de in de tussenuitspraak geconstateerde gebreken, opnieuw op de bezwaren van betrokkenen beslist.
1.4.
In de zienswijze hebben betrokkenen ingestemd met de aan de besluiten van 27 maart 2015 ten grondslag liggende berekeningen van de bedragen die zij per saldo hetzij tegoed hebben van, dan wel verschuldigd zijn aan appellant, zodat einduitspraak kan worden gedaan.
2. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
2.1.
Uit de tussenuitspraak volgt dat het hoger beroep slaagt en dat de aangevallen uitspraak moet worden vernietigd, voor zover daarbij zelf in de zaak is voorzien door de primaire besluiten van 11 oktober 2012 te herroepen. Voor het overige moet de aangevallen uitspraak worden bevestigd.
2.2.
De Raad stelt verder vast dat met de besluiten van 27 maart 2015 geheel is tegemoetgekomen aan de bezwaren van betrokkenen. Het geding in hoger beroep strekt zich, gelet op de artikelen 6:19, eerste lid, en 6:24 van de Awb, dus niet mede uit tot deze nieuwe besluiten.
3. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep
- vernietigt de aangevallen uitspraak voor zover daarbij de besluiten van 11 oktober 2012 zijn
herroepen;
- bevestigt de aangevallen uitspraak voor het overige.
Deze uitspraak is gedaan door N.J. van Vulpen-Grootjans, in tegenwoordigheid van
P.W.J. Hospel als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op
23 september 2015.
(getekend) N.J. van Vulpen-Grootjans
(getekend) P.W.J. Hospel

HD

Lijst van betrokkenen:
Procedurenummers Betrokkenen Woonplaats
1. AW, 15/5065 AW [betrokkene] [woonplaats 1]
2. 14/355 AW, 15/5067 AW [betrokkene 2] [woonplaats 2]
3. 14/357 AW, 15/5077 AW [betrokkene 3] [woonplaats 3]
4. 14/359 AW, 15/5079 AW [betrokkene 4] [woonplaats 4]
5. 14/361 AW, 15/5080 AW [betrokkene 5] [woonplaats 5]
6. 14/363 AW, 15/5082 AW [betrokkene 6] [woonplaats 6]
7. 14/366 AW, 15/5083 AW [betrokkene 7] [woonplaats 7]
8. 14/368 AW, 15/5085 AW [betrokkene 8] [woonplaats 8]
9. 14/370 AW, 15/5087 AW [betrokkene 9] [woonplaats 9]