ECLI:NL:CRVB:2015:3278
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van WAO-uitkering van 25 tot 35% na herbeoordeling
Appellant, werkzaam als elektromonteur, ontvangt sinds 2002 een WAO-uitkering van 15 tot 25%. Na een verzoek tot herbeoordeling in 2012 stelde het UWV de uitkering aanvankelijk onveranderd vast, maar trok deze later in wegens een vastgesteld arbeidsongeschiktheidspercentage van minder dan 15%. Na een nader arbeidskundig onderzoek werd de uitkering alsnog verhoogd naar 25 tot 35% met ingang van 10 mei 2012.
De rechtbank Noord-Nederland verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk en wees het beroep tegen het tweede besluit af. Appellant voerde aan dat het UWV onzorgvuldig had gehandeld en onvoldoende rekening had gehouden met de bevindingen van zijn fysiotherapeut. De rechtbank zag geen aanleiding tot het benoemen van een deskundige en vond de vaststelling van het UWV juist.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek had verricht en dat de rechtbank terecht geen deskundige had benoemd. Er waren geen objectieve medische gegevens die een ander oordeel rechtvaardigden. De Raad bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de WAO-uitkering van 25 tot 35% wordt bevestigd.