ECLI:NL:CRVB:2015:338
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- C.H. Rombouts
- Th.C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Herroeping besluit intrekking bijstand wegens onvoldoende bewijs hoofdverblijf
De Centrale Raad van Beroep behandelde het hoger beroep tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Delft tot intrekking van bijstand over de periode van juni 2009 tot januari 2011. Het college stelde dat appellant niet zijn hoofdverblijf had op het uitkeringsadres, gebaseerd op sociale recherche en nader onderzoek.
Na een tussenuitspraak in mei 2014 waarin het bewijs onvoldoende werd geacht, voerde het college een aanvullend onderzoek uit met getuigenverklaringen en gegevens over waterverbruik. De Raad oordeelde dat deze bewijzen niet toereikend waren om het standpunt van het college te ondersteunen. Getuigenverklaringen waren onvoldoende concreet en het waterverbruik wees juist op een huishouden van minstens twee personen.
De Raad vernietigde daarom het besluit van 15 februari 2012 en herroept het besluit van 16 mei 2011, waarbij de uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit. Tevens werd het college veroordeeld in de proceskosten van appellant en werd het griffierecht vergoed. De intrekking en terugvordering van bijstand bleef gehandhaafd voor zover deze betrekking had op de periode tot en met januari 2011.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van bijstand wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs dat appellant niet op het uitkeringsadres woonde.