ECLI:NL:CRVB:2015:3387
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens exploitatie hennepkwekerij zonder administratie
Appellante ontvangt sinds 2002 bijstand en werd in maart 2013 betrapt op het exploiteren van twee hennepkwekerijen met in totaal 375 planten. Het college trok daarop de bijstand over de periode van september 2012 tot maart 2013 in en vorderde de kosten terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij niet de exploitant was en dat de hennepkwekerij in de schuur pas vier weken draaide, waardoor niet aannemelijk was dat zij vanaf september 2012 inkomsten had. Ook stelde zij dat het rapport van het BOOM gebruikt kon worden om haar voordeel vast te stellen en dat de omkering van de bewijslast niet op haar van toepassing was.
De Raad oordeelde dat de aanwezigheid van een hennepkwekerij in een bij de woning behorende schuur de vooronderstelling rechtvaardigt dat de bewoner mede-exploitant is. Appellante heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij geen kennis had van de kwekerijen of geen inkomsten had. Het ontbreken van een administratie leidt tot een bewijsrisico dat voor haar rekening komt. De Raad wees het beroep af en bevestigde de intrekking van de bijstand en terugvordering.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand en de terugvordering worden bevestigd omdat appellante de exploitatie van de hennepkwekerijen niet heeft weerlegd.