ECLI:NL:CRVB:2015:3389
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens verzwegen bankrekeningen
Appellant ontving van juli 2002 tot april 2010 bijstand van het college van burgemeester en wethouders van Bergen op Zoom. Naar aanleiding van een vermogenssignaal bleek dat appellant een tweede bankrekening had met een tegoed van €17.058, die niet was gemeld aan het college. Een onderzoek bevestigde dat appellant niet voldeed aan zijn inlichtingenplicht.
Het college besloot daarom de bijstand over de periode januari tot april 2010 in te trekken en de kosten van bijstand van €2.943,05 terug te vorderen. De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant ongegrond, waarna appellant in hoger beroep ging.
De Raad oordeelde dat het tegoed op de en/of-rekening onderdeel was van het vermogen van appellant, omdat hij er daadwerkelijk over kon beschikken. De stelling dat het tegoed van zijn dochter was, faalde. Ook het beroep op het beleid van het college om in soortgelijke gevallen af te zien van terugvordering, werd verworpen omdat dit beleid niet geldt bij schending van de inlichtingenplicht.
Ten slotte leidde het bezwaar dat een persoonsgebonden budget wordt belemmerd niet tot een ander oordeel. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.