Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om zijn WIA-uitkering per 2 april 2013 te beëindigen omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. De rechtbank oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was en de medische beperkingen niet waren onderschat. Ook waren er geen medische gegevens die een urenbeperking aantoonden. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond wegens procedurele tekortkomingen, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand.
In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat onvoldoende rekening is gehouden met zijn beperkingen en dat hij de geselecteerde functies niet kan vervullen. Hij overlegt een belastbaarheidsonderzoek van ongeveer een jaar na de datum van het besluit. De Raad concludeert dat er geen objectieve medische gegevens zijn die twijfel zaaien over de vastgestelde beperkingen en dat de verzekeringsartsen terecht geen urenbeperking hebben toegekend.
De arbeidskundige rapporten zijn voldoende gemotiveerd en inzichtelijk wat betreft de geschiktheid van de functies. Het hoger beroep faalt en de Centrale Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.