Uitspraak
OVERWEGINGEN
a. appellant tijdens zijn periode van arbeidsongeschiktheid op vele verschillende momenten gedurende een langere periode activiteiten heeft uitgevoerd ten behoeve van zijn nevenwerkzaamheden;
b. appellant de oprichting van twee bouwgerelateerde ondernemingen niet heeft gemeld als nevenwerkzaamheden.
De gedragingen zijn volgens de minister aan te merken als plichtsverzuim. Door het niet melden van de onder a genoemde activiteiten heeft de minister dan wel de bedrijfsarts niet kunnen beoordelen of de activiteiten het herstel van appellant in de weg zouden staan. De onder b genoemde gedraging acht de minister in strijd met artikel 61, eerste lid, van het ARAR, omdat het oprichten van dergelijke bedrijven de belangen van de dienst kan raken.