ECLI:NL:CRVB:2015:346
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- E.C.R. Schut
- G.M.G. Hink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht
Appellant ontving sinds 2005 een bijstandsuitkering als alleenstaande. Naar aanleiding van een fraudemelding in 2012 voerde de gemeente Utrecht een onderzoek uit, waaronder een huisbezoek en dossieronderzoek. Het college trok de bijstand in met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2010 en vorderde de kosten terug wegens schending van de inlichtingenverplichting.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep betwist appellant de feiten niet meer, maar slaagt er niet in aannemelijk te maken dat hij recht had op bijstand als hij wel aan zijn inlichtingenplicht had voldaan. Het college stelde dat appellant geen melding maakte van een bankrekening, een persoonsgebonden budget, onderhuur en langdurig verblijf in het buitenland.
De Raad oordeelt dat schending van de inlichtingenplicht een geldige grond is voor intrekking van bijstand indien het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld. Appellant heeft onvoldoende duidelijkheid verschaft over financiële gegevens en het gebruik van het persoonsgebonden budget. Ook zijn verklaringen over onderhuur waren onduidelijk en deels onjuist.
De klacht over druk tijdens het huisbezoek wordt verworpen, omdat vooraf is gewezen op mogelijke gevolgen van weigering. De Raad bevestigt het bestreden besluit en ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering en terugvordering worden bevestigd wegens schending van de inlichtingenverplichting.