ECLI:NL:CRVB:2015:3482
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ziekengeld na vaststelling arbeidsgeschiktheid ondanks wisselende diensten
Appellante was werkzaam als productiemedewerker levensmiddelen voor 24 uur per week, waarbij werk in wisselende diensten voorkwam. Na ziekmelding met buik- en darmklachten ontving zij een Ziektewetuitkering. Het UWV beëindigde deze uitkering per 1 september 2012 op basis van een verzekeringsarts die stelde dat appellante haar arbeid kon verrichten.
Appellante voerde aan dat zij vanwege psychische klachten en het werken in wisselende diensten niet in staat was haar werk te doen. Zij overlegde salarisspecificaties waaruit ploegendiensttoeslagen blijken. Het UWV liet een arbeidsdeskundige onderzoeken of wisselende diensten voorkwamen, wat bevestigd werd, waardoor de maatstaf “zijn arbeid” juist werd vastgesteld in hoger beroep.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep concludeerde dat er geen strikte contra-indicatie was voor werk in wisselende diensten en dat appellante haar arbeid kon verrichten. De Raad vernietigde het eerdere besluit en uitspraak, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en het UWV werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand; het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten.