ECLI:NL:CRVB:2015:3498
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Aanvraag bijstandsuitkering buiten behandeling gesteld wegens niet tijdig overleggen bankafschriften
Appellant diende op 10 december 2012 een aanvraag in voor bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het Werkplein Den Haag verzocht appellant op 14 december 2012 om aanvullende gegevens, waaronder bankafschriften vanaf 1 januari 2012, met een uiterste inleverdatum van 28 december 2012. Appellant overhandigde slechts afschriften over de maanden januari tot en met augustus 2012.
Het college stelde de aanvraag bij besluit van 7 januari 2013 buiten behandeling omdat appellant niet alle gevraagde stukken tijdig had ingeleverd, een besluit dat bij bezwaar werd gehandhaafd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij de gevraagde stukken wel tijdig had overgelegd, maar dit werd niet ondersteund door de stukken of tijdens de zitting.
De Raad oordeelde dat het college terecht de aanvraag buiten behandeling heeft gesteld op grond van artikel 4:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, omdat de gevraagde bankafschriften noodzakelijk waren voor een goede beoordeling en niet tijdig waren verstrekt. De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt buiten behandeling gesteld wegens het niet tijdig overleggen van alle gevraagde bankafschriften.