ECLI:NL:CRVB:2015:3521
Centrale Raad van Beroep
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Veroordeling college in proceskosten na intrekking hoger beroep wegens coulance
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam met betrekking tot een bijstandszaak. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam stemde in met middeling, waarbij het college uit coulance twee maanden bijstand heeft nagebetaald volgens de geldende bijstandsnorm ten tijde van het terugvorderingsbesluit van 5 november 2012.
Naar aanleiding hiervan trok appellant het hoger beroep in en verzocht de Raad het college te veroordelen in de proceskosten van het hoger beroep. Het college voerde aan dat er geen aanleiding was tot proceskostenvergoeding omdat de besluiten rechtmatig waren en de tegemoetkoming uit coulance was.
De Raad overwoog dat bij intrekking van beroep wegens tegemoetkoming door het bestuursorgaan in beginsel proceskosten worden toegewezen, tenzij bijzondere omstandigheden zich voordoen. Het college kon geen bijzondere omstandigheden aanvoeren die een uitzondering rechtvaardigen. Daarom werd het verzoek tot proceskostenveroordeling toegewezen en het college veroordeeld tot betaling van € 980,- aan appellant.
De Raad wees appellant tevens op de mogelijkheid om het college te verzoeken om vergoeding van het betaalde griffierecht in hoger beroep op grond van de Awb.
Uitkomst: Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam wordt veroordeeld tot betaling van € 980,- aan proceskosten aan appellant.