ECLI:NL:CRVB:2015:3565
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- E.C.R. Schut
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van blokkering bijstandsuitkering na melding contant geld
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) naar de norm voor gehuwden. Na een melding van de politie over een huiszoeking waarbij €61.000,- contant geld werd aangetroffen, startte de gemeente een onderzoek naar de rechtmatigheid van de bijstand. Appellanten werden verzocht bewijsstukken van de herkomst van het geld te overleggen en hun bijstand werd geblokkeerd.
Omdat appellanten niet volledig aan het verzoek voldeden, werd het recht op bijstand opgeschort en later de opschorting herzien, maar de blokkering bleef gehandhaafd. Het college verklaarde de bezwaren van appellanten tegen deze besluiten niet-ontvankelijk omdat tegen het oorspronkelijke besluit tot blokkering geen bezwaar was gemaakt.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond. In hoger beroep voerden appellanten aan dat het besluit van 25 oktober 2012 niet bevoegd was genomen vanwege betrokkenheid van de sociaal rechercheur bij het strafrechtelijk onderzoek. De Raad oordeelde dat dit besluit onaantastbaar is omdat er geen bezwaar tegen was gemaakt en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de blokkering van de bijstandsuitkering blijft gehandhaafd.