ECLI:NL:CRVB:2015:357
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellante, werkzaam als verkoopster, meldde zich ziek wegens pijnklachten van het bewegingsapparaat. Het UWV stelde vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en daarom geen recht had op een WIA-uitkering. Na bezwaar en beroep werd de eerste arbeidsongeschiktheidsdag teruggelegd naar 12 september 2007, maar dit leidde niet tot een recht op uitkering.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd door verzekeringsartsen die alle relevante medische informatie betrokken. De arbeidsdeskundige concludeerde dat de geselecteerde functies binnen de belastbaarheid van appellante vielen.
In hoger beroep handhaafde appellante haar standpunt dat onvoldoende onderzoek was gedaan naar haar aandoeningen en dat de beperkingen onderschat waren. De Raad volgde echter de rechtbank en oordeelde dat de medische rapporten inzichtelijk en overtuigend waren en dat er geen aanleiding was voor een urenbeperking of andere beperkingen.
De Raad bevestigde dat de geselecteerde functies passend waren en dat het hoger beroep niet slaagde. Er werd geen aanleiding gezien voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Appellante heeft geen recht op WIA-uitkering omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is.