ECLI:NL:CRVB:2015:3580
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling Wajong-uitkering op grond van arbeidsongeschiktheid bij 17/18-jarige leeftijd
Appellant vroeg een Wajong-uitkering aan op basis van arbeidsongeschiktheid bij zijn 17/18-jarige leeftijd. Het UWV wees de uitkering af omdat appellant toen naar hun oordeel ten minste 100% van het minimumjeugdloon kon verdienen. De rechtbank vernietigde dit besluit omdat de medische en arbeidskundige beoordeling onvoldoende rekening hield met beperkingen in het sociaal functioneren, met name het samenwerken met anderen.
In hoger beroep stelde appellant dat ook andere beperkingen op sociaal en persoonlijk functioneren moesten worden meegewogen. Het UWV nam een nieuw besluit met een aangepaste motivering, waarin de beperkingen voor samenwerken als zwaarst mogelijk werden erkend, maar de arbeidskundige beoordeling bleef dat appellant in staat was tot passende functies.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de beoordeling van het UWV voldoende was en dat appellant geen aanvullende beperkingen aannemelijk had gemaakt. De Raad bevestigde dat appellant op zijn 17/18-jarige leeftijd in staat was om de geduide functies te verrichten en verklaarde het beroep ongegrond. Het UWV werd veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV wordt bevestigd.