ECLI:NL:CRVB:2015:3588
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit UWV over beëindiging loonaanvullingsuitkering WIA na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellante ontving een loonaanvullingsuitkering (LAU) op grond van de Wet WIA vanwege een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Het UWV stelde bij besluit van 21 mei 2013 vast dat appellante vanaf 1 juni 2015 niet langer recht had op deze uitkering, omdat haar arbeidsongeschiktheid was herbeoordeeld op 65 tot 80% en zij niet voldeed aan de inkomenseis.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het UWV ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante eveneens ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was verricht en de beperkingen goed waren weergegeven in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). De arbeidsdeskundige had op basis van passende functies het verlies aan verdiencapaciteit vastgesteld op 76,9%.
In hoger beroep stelde appellante dat het UWV haar beperkingen had onderschat en zij de geduide functies niet kon verrichten. De Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en oordeelde dat het onderzoek niet onzorgvuldig was, de medische gegevens juist waren geïnterpreteerd en de functies passend waren. De Raad bevestigde daarom het besluit van het UWV en de uitspraak van de rechtbank.
Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante vanaf 1 juni 2015 geen recht meer heeft op loonaanvullingsuitkering vanwege een arbeidsongeschiktheid van 65-80%.