ECLI:NL:CRVB:2015:3591
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsuitkering wegens onvoldoende bewijs van woonadres
Appellant vroeg bijstand aan op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en gaf op dat hij woonde op een adres te Breda. De gemeente voerde een onderzoek uit, waarbij een onaangekondigd huisbezoek plaatsvond en bleek dat een bewoonster van het adres appellant niet kende. Tijdens een intakegesprek en een aansluitend huisbezoek toonde appellant een kamer, maar er waren tegenstrijdigheden in zijn verklaringen en de aanwezige spullen in de kamer.
De commissie sociale zekerheid wees de aanvraag af omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij op het opgegeven adres woonde. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij de inlichtingenplicht niet had geschonden en dat de wisselende verklaringen ten onrechte aan hem werden tegengeworpen.
De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende duidelijkheid had verschaft over zijn woonadres en dat de wisselende verklaringen en tegenstrijdigheden in het onderzoek niet waren weggenomen. Het hoger beroep werd verworpen en de afwijzing van de bijstandsaanvraag bevestigd. Het verzoek tot schadevergoeding werd eveneens afgewezen.
Uitkomst: De afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt bevestigd wegens onvoldoende bewijs van woonadres.