ECLI:NL:CRVB:2015:3601
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstandsuitkering wegens onverklaarde stortingen
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam trok de bijstand in vanwege diverse stortingen op de bankrekening van appellant, waarvoor geen duidelijke verklaring werd gegeven, en vorderde de onterecht verleende bijstand terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen de terugvordering ongegrond, waarbij werd vastgesteld dat het eerdere besluit over de vaststelling van inkomsten onherroepelijk was en niet ter discussie stond in deze procedure. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de ontvangen bedragen van zijn moeder en broer geen inkomsten waren, maar gebruikte gelden voor administratieve hulp en kleine, controleerbare bedragen.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en verwierp het hoger beroep, omdat de aangevoerde gronden een herhaling waren van eerdere standpunten en er geen nieuwe aanknopingspunten waren om anders te oordelen. De terugvordering van € 3.348,17 blijft gehandhaafd en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van € 3.348,17 onterecht ontvangen bijstand.