ECLI:NL:CRVB:2015:3602
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellante was werkzaam als medewerkster magazijn en viel begin 2011 uit wegens lichamelijke en psychische klachten. Na een psychiatrische expertise en verzekeringsgeneeskundig onderzoek stelde het UWV vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en daarom geen recht had op een WIA-uitkering.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze beslissing ongegrond, oordeelde dat de medische beperkingen juist waren vastgesteld en dat er geen aanleiding was voor een urenbeperking. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar therapie en dagbesteding een intensieve behandeling vormden die een urenbeperking rechtvaardigde.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de verzekeringsgeneeskundige rapporten overtuigend en inzichtelijk waren en dat de activiteiten van appellante in de dagbesteding niet als intensieve therapie konden worden aangemerkt. Het rapport van een psychiater dat appellante overlegde gaf geen aanleiding tot wijziging van de belastbaarheid.
De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en het besluit van het UWV, waarmee het hoger beroep werd verworpen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.