ECLI:NL:CRVB:2015:361
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand wegens niet nakomen arbeidsverplichtingen door niet verschijnen op afspraken
Appellant ontving sinds februari 2011 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Na een onderzoek in december 2012 werd vastgesteld dat appellant belastbaar was voor 40 uur arbeid per week. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam gaf appellant meerdere oproepen voor gesprekken in het kader van re-integratie, waarop appellant niet verscheen. Na waarschuwingen verlaagde het college de bijstand met 30% over maart 2013 en met 100% over april 2013.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat appellant zijn arbeidsverplichtingen niet was nagekomen en geen geldige reden had voor zijn afwezigheid. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij zich ziek had gemeld voor het gesprek op 27 februari 2013 en dat hij de oproep voor het gesprek op 7 maart 2013 over het hoofd had gezien. Tevens stelde hij dat het college onzorgvuldig had gehandeld door niet eerst contact met hem op te nemen.
De Raad stelde vast dat appellant erkende dat het missen van de oproep voor 7 maart voor zijn rekening en risico kwam. De kern van het geschil was of de ziekmelding voor 27 februari een geldige reden was. De Raad vond geen nieuwe gronden die het oordeel van de rechtbank konden wijzigen en bevestigde de eerdere uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand wegens het niet verschijnen op verplichte gesprekken wordt bevestigd.