ECLI:NL:CRVB:2015:3624
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet tijdig verstrekken bankafschriften
Appellant ontving bijstand volgens de WWB en werd door het college gevraagd bankafschriften van zijn spaar- en betaalrekening te overleggen. Na meerdere verzoeken en een verlenging van de hersteltermijn verstrekte appellant deze gegevens niet tijdig. Het college schortte de bijstand op en trok deze later in op grond van artikel 54, vierde lid, WWB.
Appellant voerde aan dat hij vanwege zijn zwervend bestaan en het ontbreken van een postadres niet tijdig over de gegevens kon beschikken. De Raad oordeelde echter dat appellant geen actie had ondernomen om de bankafschriften tijdig te verkrijgen en dat hem dit verzuim verwijtbaar was. Ook het late verzoek om verlenging van de hersteltermijn werd niet gedaan.
De Raad verwierp het beroep van appellant en bevestigde het besluit tot intrekking van de bijstand. Tevens werd geoordeeld dat gegevens die appellant pas in hoger beroep had overgelegd niet in aanmerking konden worden genomen, omdat hij niet aannemelijk had gemaakt dat hij deze binnen de hersteltermijn redelijkerwijs niet kon overleggen.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt bevestigd omdat appellant niet tijdig de gevraagde bankafschriften heeft verstrekt.