ECLI:NL:CRVB:2015:3627
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering IVA-uitkering wegens niet-duurzame arbeidsongeschiktheid
Appellant, werkzaam als docent lichamelijk onderwijs en jeugdcoördinator, kreeg een loongerelateerde WGA-uitkering wegens 80-100% arbeidsongeschiktheid. Het Uwv weigerde een IVA-uitkering omdat niet was uitgesloten dat zijn belastbaarheid nog kon verbeteren. De rechtbank oordeelde dat er een reële kans op verbetering was door behandeling, waardoor appellant niet duurzaam arbeidsongeschikt was.
In hoger beroep herhaalde appellant dat behandelmogelijkheden ontbreken en verwees naar een psychiatrisch rapport waarin werd gesteld dat deeltijdbehandeling niet haalbaar was. De Raad overwoog dat de verzekeringsarts een concrete en deugdelijke afweging maakte van de herstelkansen op de datum van beoordeling en dat het feit dat behandeling later geen verbetering bracht, niet betekent dat de prognose destijds onjuist was.
De Raad concludeerde dat de rechtbank het onderzoek zorgvuldig had verricht en dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat relevante medische informatie niet kon worden ingebracht. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de IVA-uitkering omdat appellant niet duurzaam arbeidsongeschikt is.