ECLI:NL:CRVB:2015:3632
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- D.J. van der Vos
- P.H. Banda
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering te veel betaalde WAO-uitkering en weigering schadevergoeding
Appellant ontving vanaf 29 mei 2004 een WAO-uitkering, die later werd omgezet in een vervolguitkering. Na signalen over arbeidsinkomsten werd de uitkering geschorst en terugvordering van te veel betaalde bedragen ingesteld. Het Uwv trok een eerdere terugvordering in wegens procedurele fouten, maar nam daarna nieuwe herzieningsbesluiten.
De rechtbanken verklaarden de terugvordering en de afwijzing van schadevergoeding terecht. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij tijdig had gemeld en dat het Uwv onzorgvuldig handelde, wat leidde tot belastingschade en onredelijke terugvordering. De Raad oordeelde dat het besluit tot herziening rechtens vaststaat en dat het Uwv verplicht is tot terugvordering, tenzij dringende redenen aanwezig zijn, wat niet het geval was.
Verder is geen oorzakelijk verband vastgesteld tussen onrechtmatig handelen van het Uwv en de door appellant gestelde schade. De vergoeding van nadeel bij rechtmatige besluiten ziet op het algemene belang en niet op individuele gevallen. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraken bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van te veel betaalde uitkering en wijst het verzoek om schadevergoeding af.