ECLI:NL:CRVB:2015:3675
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek op grond van onvoldoende objectieve bevestiging oorlogservaringen Wubo
Appellant, geboren in 1937 in voormalig Nederlands-Indië, diende in 2008 een gecombineerde aanvraag in voor voorzieningen op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo) en de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945. De aanvraag op grond van de Wubo werd in 2009 afgewezen wegens het ontbreken van bevestiging van de door appellant genoemde gebeurtenissen.
Na een afwijzing van een herzieningsverzoek in 2013, diende appellant opnieuw een verzoek in om het eerdere besluit te herzien. De Raad beoordeelde of nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd die het eerdere besluit in een nieuw licht plaatsten. Hoewel appellant nieuwe gebeurtenissen aanvoerde, waaronder een confrontatie met extreem geweld jegens een baby tijdens een huiszoeking, ontbrak elke objectieve bevestiging hiervan buiten zijn eigen verklaring.
De Raad oordeelde dat de eigen verklaring zonder ondersteunend bewijs onvoldoende is om aan te nemen dat de ervaringen daadwerkelijk hebben plaatsgevonden. Mogelijke getuigen waren inmiddels overleden. Ondanks het indringende relaas van appellant erkent de Raad dat hij een moeilijke oorlogstijd heeft doorgemaakt, maar voor erkenning als getroffene is objectieve bevestiging vereist.
Het beroep van appellant is daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het herzieningsverzoek wordt afgewezen wegens het ontbreken van objectieve bevestiging van de door appellant opgevoerde oorlogservaringen.