ECLI:NL:CRVB:2015:3704
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek herziening weigering Wajong-uitkering bevestigd
Appellant diende in 2010 een aanvraag in voor een Wajong-uitkering, die werd geweigerd omdat hij naar het oordeel van het UWV in staat werd geacht meer dan 75% van het minimumloon te verdienen. In 2013 vroeg appellant opnieuw een Wajong-uitkering aan, onderbouwd met een psychodiagnostisch rapport van MEE, waarin een verstandelijke beperking en begeleidingsbehoefte werden vastgesteld. Het UWV wees de aanvraag af omdat het rapport geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden bevatte die het eerdere besluit onjuist zouden maken.
Appellant maakte bezwaar tegen deze afwijzing, maar ook dit bezwaar werd ongegrond verklaard. De rechtbank bevestigde het besluit van het UWV. In hoger beroep stelde appellant dat hij niet alleen begeleiding nodig had bij aanvang en verandering van werk, maar ook bij het behouden van werk, wat tot een andere beoordeling had moeten leiden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het MEE-rapport geen nieuwe medische inzichten bood en dat de verstandelijke beperking en begeleidingsbehoefte reeds waren meegenomen in de eerdere beoordeling. Wel stelde de Raad vast dat het UWV ten onrechte de aanvraag niet had beoordeeld voor de periode na de aanvraag, waardoor het besluit niet deugdelijk was gemotiveerd. Echter, omdat appellant geen feiten had aangevoerd die tot een andere uitkomst zouden leiden, werd het besluit in stand gelaten. Het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de weigering van de Wajong-uitkering wordt afgewezen en het bestreden besluit blijft in stand.