ECLI:NL:CRVB:2015:3706
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant meldde zich in 2010 ziek vanwege een ernstige longontsteking bij een chronische longaandoening en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde bij besluit vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en wees de uitkering af. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij werd vastgesteld dat de functionele mogelijkheden en de arbeidsdeskundige beoordeling juist waren.
In hoger beroep voerde appellant medische gronden aan, waaronder langdurige pijnklachten en frequente uitval door longontstekingen, en betwijfelde hij zijn arbeidsgeschiktheid en redelijkheid van indienstneming. Het UWV handhaafde het standpunt dat appellant geschikt is voor licht fysiek werk binnen de beperkingen.
De Raad oordeelde dat de medische rapporten en aangepaste Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) een juiste weergave geven van de beperkingen en dat de geselecteerde functies medisch passend zijn. Er is geen medisch tegenrapport dat het UWV-standpunt ondermijnt. Ook is geen sprake van zodanig hoog ziekteverzuim dat indienstneming onredelijk zou zijn.
Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten van appellant, inclusief vergoeding van griffierechten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd; appellant heeft geen recht op WIA-uitkering.