ECLI:NL:CRVB:2015:3731
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor verhuis- en inrichtingskosten wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellante woonde sinds 1996 op een adres in haar woonplaats en diende in december 2012 een aanvraag in voor bijzondere bijstand voor verhuis- en inrichtingskosten nadat haar woning was beschadigd tijdens een ziekenhuisopname. Het college wees de aanvraag af omdat de kosten niet voortvloeiden uit bijzondere omstandigheden zoals bedoeld in de WWB.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellante ging in hoger beroep. Zij stelde dat de verhuizing onvoorzienbaar was vanwege de vernielingen en haar opname in een opvanghuis, en dat dit bijzondere omstandigheden vormden.
De Raad oordeelde dat verhuis- en inrichtingskosten in principe uit het inkomen moeten worden betaald tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden. Appellante had onvoldoende onderbouwd dat de verhuizing onvoorzienbaar was, mede omdat zij al meer dan tien jaar als woningzoekende stond ingeschreven en de verhuizing op grond van inschrijfduur plaatsvond. Ook ontbraken objectieve gegevens die een onmiddellijke verhuizing noodzakelijk maakten.
De Raad concludeerde dat de verhuizing voorzienbaar was en appellante had kunnen reserveren voor de kosten. Daarom was er geen grond voor bijzondere bijstand en werd het hoger beroep afgewezen. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag voor bijzondere bijstand voor verhuis- en inrichtingskosten wordt afgewezen wegens het ontbreken van bijzondere omstandigheden.