ECLI:NL:CRVB:2015:376
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering op grond van maatmaninkomen van twintig uur per week
Appellant viel op 28 april 2010 uit voor zijn werkzaamheden als kok bij een pizzeria. Het UWV weigerde hem een WIA-uitkering omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht, waarbij het UWV uitging van een maatmaninkomen gebaseerd op een werkweek van twintig uur. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het voltijds werk dat appellant na zijn ziekmelding verrichtte, niet als maatgevende arbeid kon gelden omdat dit zijn krachten te boven ging.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij voor zijn uitval veertig uur per week werkte en dat het UWV daardoor een onjuist maatmaninkomen hanteerde, wat leidde tot een verkeerde berekening van zijn arbeidsongeschiktheid. Het UWV verzocht de bevestiging van de eerdere uitspraak.
De Raad overwoog dat appellant sinds december 2009 een arbeidsovereenkomst had voor gemiddeld twintig uur per week en dat het voltijds werk dat hij na uitval verrichtte, niet als maatgevende arbeid kon gelden vanwege zijn lichamelijke klachten. Er waren geen medische gegevens die tot een ander oordeel noodzaakten. De Raad bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank en het UWV dat het maatmaninkomen op twintig uur per week gebaseerd moest zijn.
De Raad zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en bevestigde de aangevallen uitspraak van de rechtbank Den Haag van 23 januari 2013.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering op basis van een maatmaninkomen van twintig uur per week.