ECLI:NL:CRVB:2015:3761
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens onduidelijke woon- en leefsituatie
Appellant had sinds september 2013 bijstand ontvangen, maar deze werd beëindigd wegens het niet reageren op oproepen. Op 6 februari 2014 diende hij een nieuwe aanvraag in en gaf op bij zijn zus te wonen op een adres waar hij sinds 2012 stond ingeschreven. Handhavingsspecialisten onderzochten zijn woon- en leefsituatie, deden een huisbezoek en hoorden appellant.
Tijdens het huisbezoek bleek dat appellant slechts een zeer beperkte hoeveelheid persoonlijke spullen had op het opgegeven adres, zoals één broek, één vest en een enkel poststuk. Hij kon niet aanwijzen waar zijn ondergoed en sokken waren en gaf wisselende verklaringen over het delen van zijn slaapkamer. Dit leidde tot gerede twijfel over zijn hoofdverblijf.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij wel degelijk op het adres woonde en dat zijn beperkte spullen verklaarbaar waren door een slechte relatie met zijn ouders en financiële beperkingen. Ook overhandigde hij verklaringen van huisgenoten en buren. De Raad oordeelde echter dat deze verklaringen niet objectief en verifieerbaar waren en dat de onduidelijkheid over zijn woonplaats bleef bestaan.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de afwijzing van de bijstandsaanvraag bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt bevestigd wegens onvoldoende bewijs van hoofdverblijf op het opgegeven adres.